Wie Westland zegt, zegt tomaten. Althans begin vorige eeuw.
Tomaten waren rond 1920, naast de druiven,  het meest geteelde produkt, al was het toen nog vooral voor de export.
De Hollanders hadden het nog niet zo op met tomaten. Zij vonden het maar vieze bonkerige appels.
Maar de Britten waren er dol op. Daar viel dus geld te verdienen.

                              Tomaten, tomaten, tomaten…       Jaarlijks werd er (zo rond 1927) meer dan 26 miljoen kilo tomaten geproduceerd.

 

En dan te bedenken dat elke tomaat met de hand werd geplukt en gesorteerd. Buitengewoon arbeidsintensief.
Vooral het op maat sorteren van de tomaten kostte veel tijd.
Maar daar wist de firma Brinkman uit ‘s-Gravenzande wel raad mee.
Brinkman ontwierp en bouwde een tomatensorteermachine voor de grote kwekers en tomatenhobbels voor de kleine kweker.
De hobbel deed zijn intrede.

       
(Brinkman adverteerde in de Westlandsche Courant en in de Tuinderij.)

 

                  (firma Brinkman uit ‘s-Gravenzande presenteert haar hobbels en sorteermachines, 1926)  foto HAW1-002206

 

De deskundigen waren niet onverdeeld gelukkig met de komst van de hobbel en sorteermachine.
In het boekje “Moderne tomatenteelt, volledige leidraad voor de beroepsmatige tomatencultuur” (C.A. Fremouw, 1941) lezen we:
“Sorteeren is het product op een hoogwaardig exportpeil brengen. Het is dat niet, als alles door elkaar zit, als de te rijpe vruchten door de harde groene tijdens de verzending worden fijn gedrukt, als de rottende vrucht de gave aansteekt, als uit de gebarsten vruchten het sap uitloopt.Welnu, de machine sorteert op maat, niet op graad van rijpheid, ze zoekt de rottende vruchten niet uit de gave. Ander bezwaar is dat de machine geen onderscheid maakt tussen mooie ronde tomaten en zgn. bonken (ovale tomaten).

“Maar er zijn ook voordelen. De eerste is vlug werken; groote bedrijven kunnen de machine bijkans niet missen.
De machine spaart tijd uit, vooral als ze door een motor wordt gedreven. Wanneer de kweker zich inspant om zooveel mogelijk de bezwaren aan de machinale soorteering verbonden, op te heffen
(bijv. door bij het plukken al goed te selecteren, red.), dan kan de eindconclusie luiden: de sorteermachine hoort op het groote tomatenbedrijf thuis.”

         
(tomaten hobbelen, 1920.)   foto A.TU-0200-P                                                                                                                            (foto F.0385-2-05)

 

Leuk hoor, die foto’s.
Maar hoe werkte die sorteermachine?
Dat laat tomatenkweker Van Velden aan de Markuslaan in Kwintsheul ons zien.
Van Velden heeft een filmpje gemaakt.
Filmpje zien? Klik op het icoontje links.

 

“De hobbel is voor het kleine bedrijf beter geschikt.
Als het gaat om twee maal per week 50 of minder bakjes tomaten te verwerken, dan kan de hobbel dienst doen. Men stort een halve  bak (6Kg) op de bovenste zeef, even schudden en vervolgens de zeven met de A, B, C, CC sorteering afnemen en de tomaten in de bakjes storten.

 

           
Arend Overgaag sorteert tomaten(foto Sonja Olsthoorn)     foto T-000945                                                    Hobbelen op de tuin.     foto T-000942

 

Toch blijft de handsorteering verre boven de hobbel te verkiezen. Omdat wij van meening zijn, dat op het eind van de teelt, als we 4-6 maanden dag in dag uit ons gewas met alle mogelijke zorgen omringd hebben, we niet het kostelijke eindproduct met enkele forsche zwaaien in een machine moeten werpen, vliegensvlug moeten laten draaien en als een massa-product op de markt moeten werpen.” (Fremouw, 1941)

Elke tomatenkweker had wel een of meer hobbels of sorteermachine staan.
Niet zo gek dus dat ook het Westlands Museum  er een paar in haar collectie heeft.

           
(Hobbels in het Westlands Museum.)    foto D.MU-0129                                  object H.12997

 

(HAW, feb. 2022)

 

Uw browser is verouderd

Update uw browser voor een optimale weergave. Nu updaten

×